
Jan Groenendaal
Het septiemakkoord als stuurmiddel
Een septiemakkoord bestaat altijd uit vier noten. Het mooie van dit akkoord is dat de oplossing van het akkoord altijd oplost naar de hoofdtoonsoort. Bij een dominantseptiemakkoord lost het akkoord altijd op met de daling van de septiem (7e noot) en een stijgende terts (2e noot).
Een muzikant of orkest kan met het dominantseptiemakkoord het begin aangeven van een muziekfase. Het is de toonhoogte van het vervolg in de muziek.
Het dominantseptiemakkoord is de ultieme muzikale metafoor voor gezonde spanning en verandering. Net zoals dit akkoord in muziek onweerstaanbaar verlangt naar de terugkeer van de grondtoon, zo functioneert het in organisaties als de creatieve onrust die teams en bedrijven in beweging brengt en vooruithelpt.
Het dominantseptiemakkoord op de bedrijfsvloer
Spanning creĆ«ren: In de muziektheorie bevat het dominant septiemakkoord een zogeheten “tritonus” (een dissonant en instabiel interval). In een organisatie is dit de constructieve uitdaging.
Het durven stellen van de “waarom” vraag of het formuleren van een ambitieuze stip op de horizon die de status quo doorbreekt.
Gerichte richting: Dit akkoord kan maar één kant op. Terug naar de rust (de tonica). In een organisatie betekent dit dat verandering of innovatie altijd een helder doel met hebben. De spanning van een nieuwe strategie of reorganisatie werkt pas als deze uiteindelijk leidt tot duidelijke structuur, rust en synergie in het team.
Dynamiek in de kwintencirkel
Muziekstukken bewegen zich door verschillende toonsoorten via deze akkoorden (vergelijkbaar met de reis door de kwintencirkel.
Voor bedrijven toont dit aan dat flexibiliteit, aanpassingsvermogen en het omarmen van tijdelijke spanning (zoals bij veranderprocessen of projectdeadlines) nodig zijn om als organisatie te kunnen floreren.
Dominant septiemakkoord en leiderschap
In leiderschap staat het dominant septiemakkoord voor de kunst van gericht ontregelen. Een sterke leider gebruikt dit akkoord niet om chaos te creƫren, maar om een team ut de comfortzone te halen en te gidsen naar een hoger niveau.
Een goede leider durft de status quo te bevragen. Dit betekent constructieve frictie toelaten, blinde vlekken benoemen en moeilijke vragen stellen. Zonder deze spanning verzandt een team in de saaie grondtoon.
Spanningen oproepen mag, mits je als leider ook de richting en de veiligheid beidt voor de oplossing. Dit is de “resolutie”. Na de periode van hard werken, verandering of frictie zorgt de leider voor rust, erkenning en stabiliteit, zodat het team kan hertellen en vieren.
Wordt jij al gepositioneerd naar het punt van het dominantseptiemakkoord?
Jan Groenendaal